Het mannetje

Mijnheer, ik ben al zesentachtig, maar dat duurt niet lang meer. Weer zo’n mannetje dat rechten aan zijn leeftijd wil verbinden, dacht ik. Want volgende week ben ik jarig. De kleine oude man keek me met een vrolijk gezicht aan. Waar mag ik mijn koets parkeren? Hij bedoelde zijn groene Jaguar, net niet oud genoeg om als klassieker te worden geclassificeerd. Ik wees hem de gereserveerde parkeerplekken. Dat is mooi geregeld, wat een service. Met korte, snelle passen liep hij terug naar zijn auto. Daar trok hij een paar ouderwetse autohandschoenen, met gaatjes. Zijn geruite pet kwam nauwelijks boven het stuur uit. Met een soepele draai keerde hij en reed naar de parkeerplaats. Even later zag ik hem bij de bloemenstal waar hij de bloemist aan het schaterlachen bracht en vervolgens een dame van middelbare leeftijd complimentjes toewierp. Ik kon haar van afstand zien blozen.

Resoluut stak het mannetje de straat over. Terwijl zijn rechterhand mij vrolijk toezwaaide hield zijn linker een bos anjers vast. U zag me staan praten met die dame, hè. Ik keek hem nieuwsgierig aan en vroeg me af welke kant het gesprek op zou gaan. Mijn vrouw heeft me dertig jaar geleden ingeruild voor een jonger exemplaar. Die vijf jaar geleden is overleden trouwens, haha. Dus, ik heb alle vrijheid om met de dametjes een gesprek aan te gaan. Ook al ben ik zesentachtig, mooie vrouwen daar krijg je nooit genoeg van. Ik begon hem steeds leuker te vinden, deze kleine Don Juan.

Maar vertel eens even waar moet ik zijn, het is de eerste keer dat ik hier voor een crematie kom. Mijn familie heeft een graf bij de concurrent, maar daar wil ik niet bij. “Wij kennen helemaal geen concurrentie” Mijn flauwe opmerking ontging hem. Nee, ik wil gecremeerd worden en dan mogen mijn vriendinnen allemaal een beetje van me pakken en houden. Als dit kleine mannetje echt zo’n grote versierder is, dacht ik, dan is er straks nooit genoeg as om te verdelen onder zijn veroveringen. Ik kom voor Merel Nieuwenhuis, ook een vriendin van me en gelukkig is ze dood. Een beetje beduusd door de laatste opmerking van deze deftige, vriendelijk ogende man met chocker en pochetje, vroeg ik wat hij bedoelde. Ja, want ze wordt straks gecremeerd en dan kan je maar beter dood zijn lijkt mij zo. Lachend liep hij richting het groepje vrienden en nabestaanden.