LOGO

WOORDBEELD

KORTE VERHALENLANGE VERHALENOPDRACHTEN

TEKSTENCOMM

Verhaal geschreven ter gelegenheid van de opening van Het Nederlands Uitvaartmuseum Tot Zover.

De eerste bezoekers.

Mevrouw en mijnheer Barendrecht waren al vroeg van huis vertrokken om in Amsterdam het Uitvaartmuseum te gaan bezoeken. Eerst met de bus naar Amersfoort en van daaruit met de trein. Voor het Centraal Station van Amsterdam was het even zoeken naar de tram die hun naar De Nieuwe Ooster Begraafplaats zou brengen. Lijn negen, dat had mijnheer Barendrecht uitgezocht op het internet. Mevrouw Barendrecht vond het altijd erg knap zoals haar man al die wetenswaardigheden wist op te zoeken. Maar ja, hij had dan ook tot zijn pensioen, nu al weer zes jaar geleden, op kantoor veel met de computer gewerkt. Gekleed in warme, comfortabele windjacks en op stevige wandelschoenen liepen zij naar de tram, met in hun rugzakken een appel en een mandarijn, een kleine paraplu, notitieboekjes, de kaart van Amsterdam en de folder van het museum. De nieuwe, digitale, fotocamera hield mijnheer onder zijn jas, wel zo veilig. “Wat is het hier een drukte en ook een rommeltje” zei mevrouw. “Marga, daar wordt die nieuwe metrolijn de grond in geboord’ als die klaar is komen we terug om er een ritje mee te maken”. “Nou Dolf, dat weet ik nog zo niet, in zo’n donker tunnel onder de grond.” “Maar liefje, toen we in Parijs Père-Lachaise zijn gaan bezoeken heb je toch ook in de metro gezeten en in Londen naar die oude begraafplaats”. Van de conducteur op de tram kregen ze te horen waar ze uit moesten stappen. “Halte Kruislaan en dan rechtsaf, links is de ijsbaan”.

De tram bracht het echtpaar dwars door Amsterdam, langs de Bijenkorf, over de Dam met het paleis en oorlogsmonument. Ze zagen het standbeeld van Rembrandt met aan zijn voeten de nachtwacht. De tram stopte bij het Muziektheater aan het Waterlooplein waar mevrouw wel even had willen rondsnuffelen, later misschien. Toen ze langs Artis kwamen vertelde mijnheer Barendrecht hoe hij vroeger met zijn broer Frederik de dierenplaatjes van Verkade spaarde die ze in een album plakte. Hij moest toch eens Frederik vragen waar dat album gebleven was. Bij het Tropenmuseum merkte mevrouw op dat ze daar pas nog een leuk stuk over had gelezen in de bijlage van de krant. Voorbij het park dat volgens mijnheer niet het Vondelpark was, reed de tram door een stukje Amsterdam dat mevrouw herkende van de televisie. “Hier is die dikke man vermoord door die Ali B.” zei ze “weet je nog, dat hij toen zo lang in een tentje lag met dat grote mes, brr”. Wie zou daar toch wonen, dachten ze allebei tegelijk toen ze langs een groot landhuis kwamen.

“De volgende halte is Kruislaan” zei een vrouwenstem, “Jaap Edenbaan, Sciencepark,  De Nieuwe Oosterbegraafplaats en Crematorium”. Hé, ze noemt het Uitvaartmuseum niet” merkte mevrouw Barendrecht op. “Het is ook nog een heel nieuw museum”. Het paar stapte uit. “Pas op Dolf, wat rijden ze hier hard”. Het echtpaar stak de straat over, wandelde langs een uitvaartcentrum met de toepasselijke naam Elders toen ze de ingang van de begraafplaats zagen, er ging juist een rouwstoet naar binnen. “Ze hebben vandaag een begrafenis misschien moeten we wachten” zei mevrouw Barendrecht. “Laten we eerst maar eens gaan kijken, ik denk niet dat ze het museum gebruiken voor een begrafenis” 

Via de vluchtheuvel staken ze de straat over. De begrafenisstoet was al uit het zicht verdwenen. “Ach wat sneu er is bijna niemand gekomen, zeker niet iemand van hier”. “Kijk Magda, daar in dat huisje zit iemand, kunnen we informatie vragen”. Ze liepen naar het loket waar een man achter een computer aan het werk was. Het raampje schoof open. Mijnheer Barendrecht schraapte zijn keel en zei: “Goedemorgen, wij zijn met de trein vanuit Amersfoort gekomen om het Uitvaartmuseum te bezoeken, kunt u ons vertellen waar deze zich bevindt?” De man in het huisje keek hun vriendelijk, maar ook een beetje spottend aan’ “Het museum bevindt zich nog op de tekentafel, komt u volgend jaar maar eens terug”. Het echtpaar was even stil van dit antwoord. Mijnheer Barendrecht, denkend dat hij het niet goed had verstaan: “Nee, ik bedoel het Uitvaartmuseum dat is hier? “Het komt hier” zei de man achter het loket” achter mij, in de directeurswoning plus wat ze daar nog aan gaan bouwen. Als alles goed gaat is het voorjaar 2007 klaar, maar ik zou het wat ruimer nemen, je weet nooit wat ze nog tegen komen”. Mijnheer Barendrecht opende zijn rugzak en haalde er een blauwe folder uit, “Kijk dit is de folder, hebben we gekregen op de uitvaartbeurs, het museum is hier”. Mijnheer Barendrecht vermoede dat die man in het witte huisje wat Amsterdamse humor op hem uitprobeerde. Maar de man zei geduldig: “In de folder staat dat het museum hier komen gaat, de eerste paal is juist vorige week de grond in gegaan”. Mijnheer Barendrecht wou zich nog niet gewonnen geven, “Maar een kopje koffie en een broodje, dat kan je hier toch wel krijgen?”


Binnenkort begraaf ik de dood en ga verder met het leven.

Dus er komen ook andere onderwerpen aan.

LUTJE JEZUS DOOR JORIS PELGROM

TOP


MEER

MAIL